nyanga-3

Het is alweer eind van het jaar. Dat betekent voor velen gezellig samen zijn met familie en vrienden. Vergeleken met mijn collega’s in het Wereldmuseum heb ik met erg veel familieleden contact. De familiebanden zijn erg sterk en aan mijn vaderskant ook erg uitgebreid. In mijn opvoeding hebben veel familieleden een rol gespeeld, de 4 zussen van mijn moeder, de acht broers en zussen van mijn vader, maar ook de acht broers en zussen van mijn oma en diens kinderen. Van allemaal ken ik hun kinderen en kleinkinderen, maar ook het nageslacht van de broers en zussen van mijn overgrootouders is mij niet onbekend.

In vakanties logeerde ik vroeger weleens bij mijn lieve tante Mavis in Schiemond (Rotterdam West). Het was altijd heel erg gezellig met mijn twee grote nichten Marcia en Angelique, maar ik wist tot in de puberteit eigenlijk niet precies hoe we familie waren. Door het simpelweg te vragen kwam ik er achter dat zij niet mijn nichten, maar mijn tantes zijn. Die ‘zogenaamde tante’ Mavis en mijn oma Corrie zijn nichten doordat de vader van de één en de moeder van de ander broer en zus waren. Dat verklaarde meteen waarom mijn vader tante Mavis ook altijd ‘tante’ noemt.

Hiermee kom ik meteen op een ander verschil dat naar boven kwam in het gesprek dat ik met mijn collega had over familie. In de Afro-Surinaamse cultuur noemen we familieleden anders. Mijn collega had het bijvoorbeeld over achternichten en ik was meteen benieuwd naar wie ze daarmee bedoelde, omdat wij die term niet gebruiken. De kleinkinderen van de broers en zussen van haar ouders oftewel de kinderen van haar neven en nichten, legde ze uit. Bij mij in de familie worden er minder termen gebruikt. Je bent broer of zus,  neef of nicht, oom of tante, opa of oma. Zo heb ik dus bijvoorbeeld geen halfbroers, achternichten of groottantes. Als onze ouders broer en zus of neef en nicht van elkaar zijn, dan ben je in de Aukaanse taal mijn broer of zus. Ben je een neef of nicht van een van mijn ouders (en dus in de stamboom van dezelfde generatie), dan ben je gewoon mijn oom of tante. Zodra je een oom of tante bent van mijn ouders dan ben je mijn opa of oma, omdat je een generatiegenoot bent van een van mijn grootouders.

Nu ik ouder ben en me heel goed besef hoe de lijnen precies lopen, is het dus Oma Mavis geworden. Haar dochters Marcia en Angelique noem ik bij hun voornaam. In sommige gesprekken noem ik ze uit respect ‘tante’ ondanks dat zij niet veel ouder zijn dan ik.

Volgens mij hebben niet alleen Afro-Surinamers, maar ook andere Afrikanen in de diaspora vaak hele grote families met wie zij in contact staan. Met veel familieleden is er misschien maar een aantal keer per jaar contact, maar de steun, liefde en gezelligheid die zij kunnen bieden, vind ik onbeschrijflijk.

Marcel Pinas Holi Taanga (houdt stevig vast)
Marcel Pinas Holi Taanga (houdt stevig vast)
Tags

familie